Forel
mannelijk/vrouwelijk (de)/foˈrɛl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (straalvinnigen) benaming voor zalmachtige zoetwatervissen uit de geslachten , en
Etymologie
*van "Forelle", in de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1700
Vertalingen
Engelstrout
Franstruite
DuitsForelle
Spaanstrucha
Italiaanstrota
Portugeestruta
Russischфорель
Turksala
Poolspstrąg
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek