Fit
mannelijk (de)/ 'fɪt /
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (techniek) meethaak met een vaste en een verschuifbare tong, fithaak
Etymologie
#in goede lichamelijke conditie
Vertalingen
Engelsfit, healthy, well
Fransen pleine forme
Duitsfit
Spaanssano
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek