Filistijnen

meervoud/filɪsˈtɛinə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. pejoratief (pejoratief) personen die tot een barbaarse destructieve groep behoren
    Geroepen tot het experiment, het zoeken naar nieuwe uitdrukkingsvormen en nieuwe onderwerpen, neigden kunstenaars er steeds meer toe zich af te zetten tegen de in hun ogen verachtelijke massamaatschappij. In verschillende stromingen werd deze tegenstelling tussen kunstenaar en publiek, avant-garde en filistijnen, uitgewerkt tot de idee van vervreemding en rebellie, alsook een drang tot het verkennen van het onderbewuste met al zijn duistere aspecten.

Etymologie

*(figuurlijk), een verwijzing naar de Filistijnen uit de Bijbel, bijvoorbeeld in [https://www.statenvertaling.net/bijbel/1sam/31.html 1 Samuël 31:1-2] en [https://www.statenvertaling.net/bijbel/rich/16.html Richteren 16:9-30], geschreven met een kleine letter volgens , omdat het nu wordt gebruikt als soortnaam en niet als aanduiding voor het volk uit de Bijbel

Uitdrukkingen

  • naar de filistijnen