filiaal

onzijdig (het)/filiˈjal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vestiging van een bedrijf of organisatie dat meerdere vestigingen heeft
    De supermarktketen had zojuist drie nieuwe filialen geopend.
    Hij praatte niet veel, hij kon goed uit de voeten met cijfers. Vóór de oorlog was hij kassier in een filiaal van de Banque de l'Union parisienne. {{Aut|Lemaitre, Pierre

Etymologie

*afgeleid van het Latijnse fīlia (dochter)

Vertalingen

Engelsbranch
Franssuccursale
DuitsFiliale
Spaanssucursal