Duitser
mannelijk (de)/ˈdœytsər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (demoniem) een inwoner van DuitslandHij maakte op dat feest kennis met een Duitser.En daardoor waren de voorwaarden voor een normale en vriendschappelijke relatie tussen de Noren en de Duitsers zo goed als vernietigd. Koning Haakon en de kroonprins, zijn oude zeilvriend Olav, zaten nu samen met de gevluchte Noorse regering in Londen.'Vloek van Pompeï' De directeur is blij dat de erfgenamen van de Duitser het stuk hebben teruggegeven.
Vertalingen
EngelsGerman
FransAllemand, Allemande
DuitsDeutscher, Deutsche
Spaansalemán, alemana
PoolsNiemiec
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek