Bostulp
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbɔstʏlᵊp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald soort bolgewas, uit de leliefamilie (), de enige tulpensoort die in Nederland in het wild voorkomt. Het is de enige tulpensoort die in Nederland in het wild voorkomt. De eerste opgave dateert al uit 1568. De plant komt voornamelijk op buitenplaatsen voor op vochtige, voedselrijke, kleiige grond. De bostulp wordt ook wel tot de stinsenplanten gerekend. De plant wordt 20-50 cm hoog en heeft een kale stengel
Vertalingen
Spaanstulipán silvestre
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek