bostra

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbɔstra/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bosbouw (bosbouw) 20-30 meter brede laan in een bos die dient om bosbranden tegen te houden
  2. vlinders (vlinders) benaming voor insecten uit het geslacht
  3. soms gebruikt als benaming voor insecten uit het geslacht