Blauwborst

mannelijk (de)/ˈblɑubɔrst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) bepaald soort lijsterachtige, , die bij ons plaatselijk algemeen broedt in vochtige gebieden

Vertalingen

Engelsbluethroat
Fransgorgebleue à miroir
DuitsBlaukehlchen
Spaanspechiazul
Italiaanspettazzurro
Poolspodróżniczek
Zweedsblåhake
Deensblåhals