Ben

mannelijk/vrouwelijk (de)/bɛn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoge gevlochten mand, vaak gebruikt voor het bewaren van vis of vruchten
zelfstandig naamwoord
  1. zoon
werkwoord
  1. van zijn
    Ik ben hier!
  2. van zijn na inversie
    Ben je daar?

Etymologie

*[werkwoord]: van Middelnederlands "bem"

Uitdrukkingen

  • ik ben ermee weg
  • ik ben weg

Vertalingen

Engelsben