Ben
mannelijk/vrouwelijk (de)/bɛn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hoge gevlochten mand, vaak gebruikt voor het bewaren van vis of vruchten
zelfstandig naamwoord
- zoon
werkwoord
- van zijnIk ben hier!
- van zijn na inversieBen je daar?
Etymologie
*[werkwoord]: van Middelnederlands "bem"
Uitdrukkingen
- ik ben ermee weg
- ik ben weg
Vertalingen
Engelsben
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek