Beau

mannelijk (de)/bo/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. man waarmee een liefdesrelatie bestaat
    Je eigen, voorheen immer thuiszittende Odile, is door de voorbije reis ontstoken in een op zich vredige reiswoede en zou heel graag met haar beau nogmaals op reis gaan, nu langs de vele vrienden in binnen- en buitenland. Er zullen wel weer mensen jaloers zijn, maar ik vind het wel aangenaam om een beetje benijd te worden.

Etymologie

*van """