verkering

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. regelmatige omgang met iemand, gewoonlijk om amoureuse beweegredenen
    Zij verbrak na enige tijd de verkering.
    Alleen Lena had me eindeloos wakker kunnen houden. We hadden nu vaste verkering.
    Het voelde verkeerd om er stiekem naartoe te gaan en de film alleen te zien, Sylvia en ik hadden tenslotte vaste verkering.

Etymologie

* van verkeren (in bet. "omgang hebben.")