Adel

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. maatschappij (maatschappij) bevoorrechte en vaak ook rijke groep personen aan wie een meest erfelijke titel verleend was en aan wie voorheen een bepaald gebiedsdeel in eigendom gegeven was
    In die tijd beschouwden velen de adel als een verzameling parasieten.
    De graaf van Almelo is van adel.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘stand der edelen’ voor het eerst aangetroffen in 1447

Uitdrukkingen

  • Arbeid adelt, maar de adel arbeidt niet

Vertalingen

Engelsnobility
Fransnoblesse
DuitsAdel
Spaansnobleza
Italiaansnobiltà
Poolsszlachta
Zweedsadel