adelaarsblik

mannelijk (de)/'adəlarzblɪk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zo goed kunnen zien als een adelaar
  2. de al te oplettende blik van iemand
    Op school leiden kinderen een zelfstandig leven zonder de adelaarsblik van hun ouders.
    Onlangs meende ik hier in de buurt die man weer te zien, wat niet kon, want die moet nu honderd zijn geweest, terwijl ik iemand van vijftig zag. Dezelfde adelaarsblik, dezelfde ribfluwelen broek en schipperstrui.

Vertalingen

Engelseagle eye