zzp'er

mannelijk (de)/zɛtzɛt'pejər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. initiaalwoord, afkorting, beroep (initiaalwoord), (afkorting) (beroep) afkorting voor Zelfstandige Zonder Personeel
    de vakbond vreest dat het vaste dienstverband voor werknemers gaat verdwijnen en dat iedereen uiteindelijk zzp'er zal moeten worden
    Van alle werkenden in de leeftijd van 15 tot 75 jaar lopen zzp'ers het grootste risico op armoede [https://www.businessinsider.nl/in-deze-10-bedrijfstakken-loop-je-als-zzper-de-meeste-en-minste-kans-om-in-armoede-te-raken/ www.businessinsider.nl]

Etymologie

*afgeleid van zzp (Zelfstandige Zonder Personeel)