woorden
boek
Start
›
Z
›
zwoelte
zwoelte
vrouwelijk (de)
/ˈzwultə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
onaangenaam broeierige warmte
De zwoelte van de avond contrasteert met de koelte van de ochtend.
Etymologie
*afgeleid van zwoel
Verwante woorden
zwoeg
zwoegde
zwoegden
zwoegen
zwoegend
zwoegende
zwoeger
zwoegers
zwoegt
zwoel
zwoele
zwoeler
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← zwoelste
zwoer →