zwingen
/ˈzʋɪŋə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (verouderd) slingeren, met een zwaai of slingerende beweging doen terechtkomen
Etymologie
*(erfwoord) Ontwikkeld uit Middelnederlands "swinghen", uit Germaans *swingana-, verwant aand Engels "swing", Duits "schwingen".
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek