zwilk

/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (n) soort waterdicht tijk, vaak als tafelzeil gebruikt
    Ze legde het zwilk op tafel.
  2. (m)/(n) de taaie massa van pezen aan varkenspoten

Etymologie

*[1] van : Zwilch (19e eeuw), een dubbeldradig linnen weefsel.