zweven
/ˈzwevə(n)/
Betekenis
werkwoord
- vliegen zonder energie te gebruikenHij zweefde boven de afgrond.Terwijl ik liep voelde het alsof ik zweefde en neerkeek op mijn lichaam dat zich moeiteloos voortbewoog.
- zichzelf drijvend voortbewegenDe stemmen van Lysbeth en Otto zweven over de tegels.En er zijn de volkswijsheden, de populaire waarheden die door de ether lijken te zweven en die je daaruit kunt plukken precies op het moment dat je ze nodig hebt.Een eigenschap van de adelaar is dat hij op zijn vleugels zweeft.
- heen en weer laten gaanDe koersen waren weer lekker aan het zweven vandaag...
Etymologie
* In de betekenis van ‘drijven’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100
Uitdrukkingen
- zweven tussen leven en dood — zo ziek zijn dat men dreigt te sterven
- zweven tussen hoop en waanzin — in zeer grote onzekerheid verkeren
Vertalingen
Engelsfloat, hover
Duitsschweben, segeln
Spaanscernerse, planear
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek