zweten
/ˈzwetə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) vocht uitscheiden uit de zweetklieren in de huidHij zweette hevig nadat hij een stuk hardgelopen had.In Nederland is het warm, maar in Frankrijk en Spanje is het warmer, warmst. De hittegolven slaan toe in Zuid-Europa en toeristen puffen en zweten erop los. Hoe wapen je je onderweg naar je vakantiebestemming tegen de verzengende hitte? En hoe zorg je ervoor dat je koel blijft op de camping? NU.nl vroeg het enkele deskundigen.
- (ov) door de huid uitscheiden
Etymologie
*afgeleid van zweet
Uitdrukkingen
- peentjes zweten
Vertalingen
Engelssweat
Spaanssudar, transpirar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek