zwerm
mannelijk (de)/zʋɛrm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een grote groep gezamenlijk op- en rondtrekkende personen, dieren of zaken, gewoonlijk vogels of insectenOnze oogst werd opgevreten door een zwerm sprinkhanen.Ik rende hard weg maar werd achtervolgd door een zwerm zwarte insecten.
Etymologie
* In de betekenis van ‘drom’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1261
Vertalingen
Engelsswarm
Spaansenjambre
Poolsrój
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek