zwemleraar

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep, zwemmen, onderwijs (beroep), (zwemmen), (onderwijs) iemand die zwemles geeft, iemand die anderen beroepsmatig leert zwemmen
    De zwemleraar leerde hen watertrappelen.
    We kunnen allebei niet zwemmen en dus moeten we zelf oefenen in het kinderbadje, tot Phillip, de zwemleraar, tijd heeft om met ons te oefenen.

Vertalingen

Engelsswimming instructor
Italiaansmaestro di nuoto, istruttore di nuoto
Zweedssimlärare, siminstruktör