zwellen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (erga) in volume toenemenDeze kunststof zwelt in aanraking met water.Nu voelde hij hoe de schoonheid van het landschap zijn borstkas deed zwellen.Mijn enkel begon danig te zwellen.
Etymologie
* In de betekenis van ‘uitzetten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Engelsswell
Fransgonfler
Duitsanschwellen, schwellen
Spaanshincharse
Italiaansgonfiare
Japans膨れる, 隆起する, 腫れる
Zweedssvälla
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek