zweefvliegtuig

onzijdig (het)/ˈzweflixtœyx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. luchtvaart (luchtvaart) toestel met vleugels dat zich ongemotoriseerd door de lucht verplaatst door gebruik te maken van opstijgende luchtstromingen
    Zweefvliegtuigen, die het summum zijn van minimale luchtweerstand, worden daarom voor de start gepoetst tot ze glimmen.
    Aan het zwerk zeilen spierwitte stapelwolken voorbij. Cumulus, denk ik. Thermiek, zweefvliegen. Onder een wolkenpluk zie ik zowaar een zweefvliegtuig cirkelen.

Vertalingen

Engelsglider
Fransplaneur
DuitsSegelflugzeug, Segler
Spaansplaneador
Italiaansaliante
Turksplanör
Poolsszybowiec
Zweedssegelflygplan
Deenssvævefly