zwavelbron

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. waterbron waar water aan het oppervlak komt dat zwavelwaterstof bevat
    Met een groepje andere vakantiegangers ging zij een dag de natuur in. Twee taxichauffeurs lieten hen onder meer een geneeskrachtige zwavelbron en een oud badhuis zien, tot de trip stokte. Ze waren achter een feestelijke optocht beland.
    Natuurlijk kun je de hele dag genieten op het strand, maar je kunt er ook een tripje maken naar een van de vele zwavelbronnen of warme modderpoelen. Daarnaast kun je de twee bekende vulkanen, de Gros Piton en de Petit Piton, beklimmen.
  2. gasbron waar zwaveldamp uitkomt