zwartgalligheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. psychologie (psychologie) het somber en cynisch zijn als stemming of persoonlijkheidskenmerk
    Is Putnam na de uitkomsten vervallen tot zwartgalligheid over de natie van immigranten die Amerika nog altijd is? Nee, hij meent dat de komst van nieuwe groepen op de korte termijn een zware wissel trekt op de solidariteit en het sociale kapitaal van een samenleving. Tubantia Hans Goslinga 19-02-11 [https://www.tubantia.nl/binnenland/cda-zit-in-een-volmaakte-spagaat-op-de-breuklijn~a7edc8aa/ CDA zit in een volmaakte spagaat op de breuklijn]
    ‘Blij’ is een groot woord voor La Gioconda, en met de serene schoonheid van de ook zo genoemde Mona Lisa van Leonardo da Vinci heeft de plot ook weinig uit te staan. Integendeel: La Gioconda ontwikkelt zich weliswaar via de vaste operastations liefde, eer, macht en wraak, maar voegt daar, met dank aan meesterlibrettist Arrigo Boito, een grondtoon van diepe zwartgalligheid aan toe. NRC Mischa Spel 30 januari 2019 [https://www.nrc.nl/nieuws/2019/01/30/duistere-la-gioconda-illustreert-begin-van-het-einde-van-europa-a3652278 Duistere ‘La Gioconda’ illustreert ‘begin van het einde’ van Europa]

Etymologie

* afleiding van zwartgallig

Vertalingen

Engelspessimism
Spaanshipocondría, pesimismo