zwart-wittelevisie
vrouwelijk (de)/zwɑrtˈwɪteləˌvizi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ouderwetse televisie zonder kleuren,,De spoortechniek dateert op veel plekken van net na de oorlog. Vergelijk het met de zwart-wittelevisie. We moeten met onze tijd mee, ook qua kennis. In Duitsland worden waterstoftreinen, die hun eigen elektriciteit opwekken, al getest. Nederland mag niet achterblijven.In 1973 keken we nog grotendeels zwart-wittelevisie, zat een telefoon aan een draad onder de grond en vonden we macaroni al behoorlijk exotisch.
Vertalingen
Engelsblack-and-white television, monochrome television
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek