zwanenzang

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. laatste daad, laatste beweging
    Voordat het meisje overleed, zag zijn vader nog een zwanenzang bij haar.
    Ze hadden onder leiding van Adam Riess en Saul Perlmutter de dood van sterren onderzocht door licht te bestuderen van verafgelegen sterren die met hun zwanenzang bezig waren - dat wil zeggen in supernova's veranderden.

Etymologie

* In de betekenis van ‘het laatste lied van een dichter’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1630

Vertalingen

Spaanscanto de cisne