zwaanshals

mannelijk (de)/ˈzwanshɑls/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lange, gebogen verbinding tussen de romp en het hoofd
  2. heraldiek (heraldiek) heraldisch element in de vorm van een hals van een zwaan
  3. techniek (techniek) gebogen pijp bedoeld om water buiten een uitlaat te houden of stank tegen te gaan
    Er werd een zwaanshals ingebouwd om de stank te bestrijden.
  4. techniek (techniek) benaming voor stang of buis met een S-vorm