zwaanshals
mannelijk (de)/ˈzwanshɑls/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lange, gebogen verbinding tussen de romp en het hoofd
- (heraldiek) heraldisch element in de vorm van een hals van een zwaan
- (techniek) gebogen pijp bedoeld om water buiten een uitlaat te houden of stank tegen te gaanEr werd een zwaanshals ingebouwd om de stank te bestrijden.
- (techniek) benaming voor stang of buis met een S-vorm
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek