zuipster
vrouwelijk (de)/ˈzœypstər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (persoon) (pejoratief) vrouw die teveel alcoholische dranken drinktTerwijl de voetbalkantines en kroegen gonzen van de Katja Stuurloos-grappen (Is zij een soapster? Nee een zuipster!), verdiep ik mij in de voorkenniszaak van het uitzendbureau Content.
Etymologie
*afgeleid van "zuipen"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek