zuignap
mannelijk (de)/ˈzœyxnɑp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) schotel- of komvormig zuigorgaan waarmee dieren zich vasthechten
- zuigorgaan waarmee waarmee parasiterende planten water en voedsel uit hun gastheer halen
- ronde holte van flexibel materiaal die vacuüm wordt gemaakt om aan een oppervlak te hechten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek