zuigkracht

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzœyxkrɑxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vermogen om te zuigen van bijvoorbeeld een stofzuiger
    Je ziet ’m op wasmachines, stofzuigers, vaatwassers en boilers. In auto’s behoort ie tegenwoordig ook tot het instrumentarium. En hij zit verstopt in de menu’s van routers en televisies. De ecoknop. Een uitnodiging om verstandig met het milieu om te gaan en ook nog geld te besparen. Toch is de knop niet populair. Veel mensen vertrouwen hem niet. Ze denken dat de knop niet werkt of alle fut uit die glanzende auto of wasmachine haalt. Meestal ten onrechte. NRC Warna Oosterbaan 28 februari 2017
  2. aantrekkingskracht
    Moet het Rotterdams Philharmonisch Orkest zich zorgen maken? Chef-dirigent Yannick Nézet-Séguin, vorige week ook begonnen als chef in Philadelphia, wil blijven maar het is de vraag of de internationale zuigkracht het niet wint. NRC Mischa Spel 25 oktober 2012