zuidwester

mannelijk (de)/zœytˈwɛstər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoofddeksel (hoofddeksel) bij regen- en stormweer gedragen hoofddeksel bij zeelieden

Etymologie

* , Afgeleid van de wind/storm uit het zuidwesten

Vertalingen

Engelssou'wester, nor'wester
Franssuroît
DuitsSüdwester
Spaanssueste
Italiaanssud-ovest, berreto impermeabile
Zweedssydväst