zool

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderkant van de voet
  2. onderkant van schoeisel of kous
  3. gereedschap (gereedschap) de vlakke onderzijde van een schaaf, strijkijzer etc.
  4. waterbeheer (waterbeheer) de onderkant van een dijk, terp of kade

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘onderste deel van voet of schoen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Vertalingen

Engelssole, sole
Fransplante du pied, semelle, semelle
DuitsSohle, Sohle
Spaansplanta, suela
Russischподошва