zoogdieren
meervoud/ˈzoɣdirə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- klasse van warmbloedige, meestal levendbarende chordadieren die hun jongen zogen met borstvoedingHoewel vroeger anders gedacht werd, behoren walvissen en dolfijnen ook tot de zoogdieren.
Etymologie
*Meervoudsvorm van de
Vertalingen
Spaansmamíferos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek