zoogdieren

meervoud/ˈzoɣdirə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. klasse van warmbloedige, meestal levendbarende chordadieren die hun jongen zogen met borstvoeding
    Hoewel vroeger anders gedacht werd, behoren walvissen en dolfijnen ook tot de zoogdieren.

Etymologie

*Meervoudsvorm van de

Vertalingen

Spaansmamíferos