zonsopkomst

vrouwelijk (de)/zɔnˈsɔpkɔmst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het 's morgens boven de horizon uitkomen van de zon
    De zonsopkomst zien de meeste stedelingen niet vaak.
    Waarom had ik geen donder gehoord of bliksem gezien tijdens mijn tocht omhoog? Wat had ik nu spijt van het plan om de zonsondergang en zonsopkomst vanaf de top te willen gaan bekijken.

Vertalingen

Engelssunrise
Franslever du soleil
DuitsSonnenaufgang
Spaanssalida del sol, amanecer, alborada