zonneschijn
mannelijk (de)/ˈzɔnəˌsxɛin/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het licht dat van de zon afkomstig isHet was opnieuw een prachtige dag met volop zonneschijn.
Uitdrukkingen
- Na regen komt zonneschijn
- Na een tegenslag volgt altijd weer iets beters.
Vertalingen
Engelssunshine
Franssoleil
DuitsSonnenschein
Spaanssol
Italiaansluce del sole
Deenssolskin
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek