zonneschijn

mannelijk (de)/ˈzɔnəˌsxɛin/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het licht dat van de zon afkomstig is
    Het was opnieuw een prachtige dag met volop zonneschijn.

Uitdrukkingen

  • Na regen komt zonneschijn
  • Na een tegenslag volgt altijd weer iets beters.

Vertalingen

Engelssunshine
Franssoleil
DuitsSonnenschein
Spaanssol
Italiaansluce del sole
Deenssolskin