zonlicht

onzijdig (het)/ˈzɔnlɪxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. astronomie (astronomie) de zichtbare elektromagnetische straling van de ster waarrond onze aarde draait
    De vlaggen van de VOC-schepen hadden de neiging in het felle zonlicht van de tropen te verbleken.
    De mannen dragen allemaal een rode sjerp over hun brede borstkas, en de kleur weerkaatst het winterse zonlicht als een serpentine van bloed.
    Terwijl ze in de met zonlicht gevlekte schaduw staat, trekt het geluid van splinterend hout haar aandacht.

Vertalingen

Engelssunlight
Franslumière du soleil
DuitsSonnenlicht
Spaansluz solar