woorden
boek
Start
›
Z
›
zonhoed
zonhoed
mannelijk (de)
/ˈzɔnhut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
hoofddeksel
(hoofddeksel) hoed met een rand die de drager beschermt tegen de zon
Verwante woorden
zonhoeden
Zonhoven
Zonhovenaar
Zonhovens
Zonhovense
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← zongerijpte
zonhoeden →