zog
onzijdig (het)/zɔx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dat wat een zuigeling zuigtVroeger werd ter versterking van het zog aanbevolen dat vrouwen bier zouden drinken.
- de zuiging ontstaan door de beweging van een voorwerp in water of luchtHet zog achter zo'n vrachtwagen is niet te onderschatten.
- (overdrachtelijk, in het ~ van:) in het vervolg van ietsIn het zog van die affaire werd er veel meer jacht op dit soort misdadigers gemaakt.
Etymologie
* van zuigen
Vertalingen
Engelswake, wake
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek