zoetzuur

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) een gerecht waaraan zowel een zuur zoals azijn als een zoetstof zoals suiker is toegevoegd
    De combinatie van zoetzuur en ketjap manis is erg lekker.
    Ik had twee glazen koffie gezet en we hadden bij de Vietnamees nems gehaald. Luc doopte zijn miniloempia's in de zoetzure saus, mijn kandidaat drukte op de oranje knop en de telefoon ging. {{Aut|Sandes, David

Vertalingen

Engelssweet-and-sour
Spaansagridulce, agridulce