zoetwaren

meervoud/ˈzutwarə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) categorie producten die waarvan de smaak door suiker wordt bepaald
    Nederlanders aten liever zoetwaren als koekjes en chocolade tijdens de koffie- en theepauze.

Etymologie

*, ook op te vatten als meervoudsvorm van het minder gangbare zoetwaar