zoetsappigheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het al te liefelijk of klef zijnDe krachtige 'krak' in haar stem maakt liefdesliedjes zoveel minder klef dan de massa zoetsappigheid die op ons wordt afgevuurd door andere artiesten.
Etymologie
* afleiding van zoetsappig
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek