zoenaltaar

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) het altaar waarop een zoenoffer gebracht wordt
    "Knielt, Christenschaar, voor 't zoenaltaar, uw God rust daar,Knielt biddend neer en brengt uw Heer dank, lof, en eer.".

Etymologie

*Samenstelling van zoen, (van verzoenen) en altaar