zoeker

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die zoekt
    Hij is altijd een beetje een zoeker gebleven.
  2. fotografie (fotografie) een instrumentje op of aan een camera dat het richten ervan vergemakkelijkt, een richtmiddel
    Eindelijk werd zijn geduld beloond en had hij een sneeuwluipaard in zijn zoeker.
  3. een lijst of catalogus die het zoeken van een product of dienst vergemakkelijkt
  4. informatica (informatica) een elektronische versie van [3]

Etymologie

* van zoeken

Vertalingen

Engelsviewfinder, sight, gunsight
Fransviseur
Spaansalza, buscador, buscador