zodra

/zoˈdra/

Betekenis

voegwoord
  1. geeft aan welke gebeurtenis eerst moe(s)t plaatsvinden
    Zodra hij vrijgelaten werd, vatte hij zijn criminele loopbaan weer op.
    En zodra het dag werd, stuurden die Pedro, die altijd voor de paarden zorgde, naar de slaapkamer van de Sint: `Sinterklaas, Sinterklaas, we kunnen niet naar Holland.
    Ik maakte vóór mijn trip vaak de grap dat ik zodra mijn oudste dochter ontspoorde direct naar huis zou komen.

Etymologie

* , in de betekenis van ‘onderschikkend voegwoord’ aangetroffen vanaf 1575

Vertalingen

Engelsas soon as
Duitssobald
Russischкак только