zitruimte
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een deel van een gebouw waar men kan zittenZo is volgens het rapport de all-inclusive safaritent met echte bedden, houtkachel en zitruimte gewild. „Of de combi van bungalow met keuken en badkamer op de begaande grond en slaaptenten op het dak in de open lucht. Caravans en vouwwagens zijn niet weg te branden bij Nederlandse kampeerders. En er rijden in ons land al 100.000 campers rond.”de Telegraaf PAUL ELDERING 23 nov. 2017
- de ruimte die men heeft om te zitten (in bijvoorbeeld een trein of vliegtuig)Volgens Carla Isselmann raken luchtreizigers tegenwoordig gestresst door lange rijen, onbeleefde veiligheidscontroleurs en te weinig zitruimte. "Reizen is tegenwoordig een regelrechte ramp. Ongelukken kunnen niet uitblijven", denkt Isselmann.de Telegraaf 08 jan. 2016
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek