zitbank

mannelijk/vrouwelijk (de)/'zɪtbɑŋk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een meubel waarop men met meerdere personen kan zitten
    Hondenurine veroorzaakt (geur)overlast, beschadigt planten, straatmeubilair en gevels en is bovendien onhygiënisch, aldus de gemeente. Baasjes moeten ervoor zorgen dat hun honden niet wateren tegen deuren, portieken, brievenbussen, bloembakken, vuilniszakken, zitbankjes, lantaarnpalen, verkeerslichten en auto’s of fietsen. Hondenpoep moet sowieso worden opgeruimd, memoreert de gemeente.de Telegraaf 17 jul. 2017
    Wie in Zoetermeer even op een zitbankje van het zonnetje wil genieten of uit wil rusten, kan daar voortaan gelijk de smartphone laten opladen.de Telegraaf 09 dec. 2016
    Voor de derde achtereenvolgende week heeft in de hoofdstad een ludiek protest plaatsgevonden tegen de drukte en de ‘festivalisering’ van de binnenstad. Via een sit-in picknick werd geprotesteerd een nieuw terras dat op de plek van twee publieke zitbankjes is verrezen, zeer tegen de wens van sommige centrumbewoners in.de Telegraaf RUBEN KOOPS 12 aug. 2016

Vertalingen

Engelscouch, sofa, seat