zinsritme

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het muzikale ritme van een uitgesproken zin
    Dichters die ook toneelteksten schrijven zijn vaak herkenbaar door hun uitgesproken dictie. Hun zinsritme neemt de toehoorder mee in wat wordt gezegd, en hun taal is dan ook even klankrijk als communicatief. In het theater is voordracht immers bovenal overdracht. NRC Arie van den Berg 6 juni 2014 [https://www.nrc.nl/nieuws/2014/06/06/mijn-afdruk-is-meer-hoef-dan-voet-1383458-a1182219 Mijn afdruk is meer hoef dan voet]
    De citaten die we horen - "het leven is lang en maakt veel bochten' - zijn bleke clichés. Er is Marquez in haar zinsritme, in haar beeld van grootouders als onuitputtelijke bron voor verhalen, in de hutspot die ze maakt van geschiedenis, mythevorming en overdrijving, maar bij Marquez worden alle geesten personages terwijl het bij Allende dolle spinsels blijven. Zij koketteert met gekte. En dan ook nog eens al die gele bloemen in beeld: het kenmerk van Marquez! NRC Barber van de Pol 26 juni 1993 [https://www.nrc.nl/nieuws/1993/06/26/isabel-allende-een-geboren-vertelster-zonder-eigen-7187578-a343869 Isabel Allende een geboren vertelster zonder eigen geluid]
    Kerouac wil een nieuwe stijl introduceren die bestaat uit de magische opsomming van sprekende, veelzeggende details en van muzikale woordkeus en zinsritme. NRC Kester Freriks 7 juli 2006 [https://www.nrc.nl/nieuws/2006/07/07/zonder-wanhoop-op-weg-11158597-a1352178 Zonder wanhoop op weg]