zinspeling

vrouwelijk (de)/'zɪnspelɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een voorzichtige, omwonden, indirecte mededeling die iedereen begrijpt
    Toen ik een collega mailde dat ik in China zat, antwoordde ze: „Daar hebben ze toch geen vrije wil?” Uiteraard als zinspeling op mijn boek, maar toch zette het me aan het denken.NRC Victor Lamme 24 mei 2011
    De zinspeling van Klijnsma op een versoepeling voor volgend jaar heeft betrekking op de nieuwe plannen en slaat niet op de al lopende herstelplannen.NRC 18 juli 2013
    Geloof niet dat het kabinet oprecht dacht dat het een robuuste militaire missie naar het oosten van Oekraïne kon sturen. De zinspeling van Mark Rutte daarop was „voor de bühne”, zegt Julian Lindley-French, een Britse militair historicus die al jaren in Nederland woont. „Na de tragedie met de MH17 wordt geroepen om stevig ingrijpen, dus dan geeft de premier de schijn van optreden. Dat is allemaal pr, terwijl niemand ook maar een seconde serieus heeft gedacht dat Poetin zo’n missie in betwist gebied bij de Russische grens zou toestaan.”NRC Emilie van Outeren 31 juli 2014

Etymologie

* van zinspelen

Vertalingen

Engelsallusion