zinsmelodie
vrouwelijk (de)/ˈzɪnsmelodi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- verloop van de toonhoogte bij het uitspreken van een zinVerslaggevers spraken in de jaren vijftig met een dusdanig heftig op en neer golvende zinsmelodie dat daarmee de ouderdom onmiddellijk duidelijk zou zijn geworden. Dus moesten al die zinsmelodieën met de computer gelijkgetrokken worden. NRC Marc van Oostendorp 13 juni 2006 [https://www.nrc.nl/nieuws/2006/06/13/het-taalgezag-van-de-nieuwslezer-11144518-a358887 Het taalgezag van de nieuwslezer]Ook het proza van de roman kan poëzie zijn, betoogt Kundera in een polemisch essay over een aantal Franse vertalingen van een zin van Kafka: niet door mooie beelden of klanken die de lezer verleiden en benevelen, maar door de ritmische herhaling van kernbegrippen, de aandacht voor zinsmelodie en het gebruik van krachtige beelden die niet louter expressief zijn, maar waarin een bepaalde existentiële situatie is samengebald. NRC Martin de Haan 29 juli 2011 [https://www.nrc.nl/nieuws/2011/07/29/verlost-van-de-rozen-12028007-a835578 Verlost van de rozen]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek